Geen lam maar varken deze keer.
Dit gerecht is geïnspireerd op een lamsstoof schotel. Ik wilde bij de slager in Frankrijk lam gaan halen, maar op het moment dat we in de supermarkt waren, had de slager middag pauze en een andere medewerker kon ons niet verder helpen. Dan maar improviseren. Zo werd het varkensstoof. Of het lekkerder is, weet ik niet, omdat ik dan de andere nog eerst moet maken, maar het was zeker gewoon lekker.

hoofdgerecht
3
Eenvoudig
140 minuten
Wat heb je nodig
- 500 gr varkenspoulet
- 1 ui
- 2 teentjes knoflook
- 2 stengels bleekselderij
- 2 tl ras el hanout
- 1 tl Thiase rode curry pasta
- 2 tl tomaten puree
- 1 tl komijn
- zout
- 3 tomaten
- 1 aubergine
- 3 wortels
- 100 gr gedroogde abrikoos
- 500 ml kippenbouillon
- 125 gr rijst
- sap van 1 limoen
- Olijfolie
- Peper en zout
Hoe maak je het
Bereid de groenten voor. Snipper de ui. Snij de wortel in dunne plakjes. Maak de knoflook fijn. Snij de bleekselderij in kleine blokjes. Ik heb in eerste instantie niet de aubergine, tomaten en abrikoos gesneden. Tijdens het stoven van het vlees heb je daar nog genoeg tijd voor.
Zorg dat de blokjes vlees niet al te groot zijn. Als we dit in Frankrijk kopen, zijn het nogal forse stukken. Ik vind het prettiger als deze wat kleiner zijn. Strooi er wat peper en zout over heen.
Ik maak dit gerecht in de Dutch Oven op een komado. Als we in Frankrijk zijn, vind ik het heerlijk om buiten te koken. De komado voegt in dit geval niet echt iets toe, maar het is een leuke manier van koken. Welke warmte bron je ook gebruikt, zorg dat de olie in de pan goed warm is. Hier bak je in eerste instantie het vlees in aan. Als het een kleurtje krijgt, mag het er uit.
Doe nu de ui, wortel en bleekselderij in de pan en laat dit even bakken. De uitjes worden wat zachter. Dan is het tijd om de tomatenpuree, de komijn, de ras el hanout en de curry pasta toe te voegen. Roer dit goed door. Ik laat de tomatenpuree altijd even bakken, waardoor de zure smaak verdwijnt.
Voeg nu het vlees weer toe. Hierbij doe je de helft van de bouillon en het limoensap. Roer dit goed door en laat op een laag vuurtje zo’n anderhalf uur stoven. Roer regelmatig door en mocht het te droog worden, voeg dan nog wat bouillon toe. Proef af en toe een stukje vlees om te kijken of het al zacht wordt. Als het nog niet zacht genoeg is, laat je het iets langer pruttelen dan anderhalf uur.
Ondertussen snij je de aubergine in kleine blokjes. Ook de tomaat mag in blokjes. In het recept staan er drie. Dat was omdat we wat kleine tomaten hadden, maar als je grote hebt, kun je er ook 2 van maken. De abrikoos mag ook in stukjes. Hoe groot je die laat, kun je zelf bepalen.
Na ongeveer anderhalf uur, voeg je de tomatenblokjes en aubergine toe. Laat dit een kwartiertje garen.
Nu mag de rijst en abrikoos erbij. Hoe lang het duurt voordat de rijst gaar is, kan ik hier moeilijk aangeven. Ongeveer 10 minuten, maar je moet vooral af en toe proeven.
Als je het leuk vind, kun je het nog garneren met wat groene kruiden. Voor ons hoeft dat niet perse. Het gerecht was eigenlijk zo gewoon al erg lekker. Ik zou zeggen, probeer het eens.

